Programma Voorbereiding op inburgering

Vergunninghouders kunnen in de COA-opvang het programma Voorbereiding op inburgering (V-inburgering) volgen. Dit programma biedt kennis en handvatten voor het zelfstandig wonen en leven in Nederland. Het bestaat uit:

  • NT2-taallessen
  • de training Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM)
  • individuele begeleiding en dossiervorming

Deelname aan het programma is niet verplicht, maar we stimuleren wel dat vergunninghouders zich goed voorbereiden op hun toekomst. Daarom hanteren we het uitgangspunt ‘vanzelfsprekende deelname’. Vegunninghouders worden bovendien actief gestimuleerd na te denken over hun deelname aan het arbeidsproces. Het programma bevat 121 uur NT2-les, 24 uur KNM en 11 uur individuele begeleiding door de casemanager.

NT2-programma

Het taalprogramma vormt de kern van het programma Voorbereiding op Inburgering. In het programma ligt de nadruk op de beheersing van de Nederlandse taal op tenminste A1min-niveau. Het startniveau en de leercapaciteit van de deelnemers verschillen en zijn van invloed op het eindresultaat. Het traject begint daarom met het afnemen van een leerbaarheidstoets en eindigt met een NT2-gespreksvaardighedentoets. Er wordt gewerkt met taallesmethodes van uitgeverij Kleurrijker, onder andere met een digitaal lesprogramma. Als vergunninghouders uit de opvang vertrekken, kunnen ze daarmee zelfstandig verder werken.

Kennis van de Nederlandse Maatschappij

De training Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) bereidt een vergunninghouder voor op de eerste maanden van zijn verblijf in de gemeente. Hij ontvangt praktische informatie over: inburgeringsplicht, wonen, gezondheidszorg, onderwijs, werk en inkomen, democratie en rechtsstaat.

Tijdens deze training wordt eigen verantwoordelijkheid en initiatief van de deelnemers benadrukt net als het belang van meedoen aan de samenleving. Daarom behandelen we ook het onderdeel Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA).

De training wordt gegeven in afzonderlijke taalgroepen. Wanneer er geen groep is in een taal die de vergunninghouder spreekt, krijgt hij de KNM-informatie aangeboden in een persoonlijk gesprek.

Individuele begeleiding

Individuele begeleidingsgeprekken en het samenstellen van een persoonlijk informatiedossier (PID) moeten de zelfredzaamheid van de vergunninghouder verder vergroten. Het informatiedossier helpt de vergunninghouder bij het nadenken over zijn verwachtingen en toekomstplannen en de stappen die hij direct kan zetten. De vergunninghouder is zelf eigenaar van dit informatiedossier en kan het delen met derden zoals de gemeente. Hij kan het ook gebruiken bij het zoeken naar een baan en sollicitaties.

Digitaal klantprofiel

Voor elke deelnemer stellen we ook een digitaal klantprofiel op dat via het TaakstellingVolgSysteem (TVS) naar gemeenten gaat. In het klantprofiel staat onder andere informatie over opleiding, werkervaring, ambities en deelname aan activiteiten en programma’s in de opvang. De vergunninghouder geeft toestemming voor deze informatieoverdracht via de ‘Toestemmingsverklaring’. Het COA zorgt ook voor een warme overdracht naar de gemeente, zoveel mogelijk in aanwezigheid van de vergunninghouder. Tijdens deze overdracht staan het klantprofiel en het persoonlijk informatiedossier centraal.

 

 

 

Lees meer over: