Nachtmerries

Ahmed Iman over de begeleiding van overlastgevende asielzoeker Murad in de extra begeleiding en toezichtlocatie in Amsterdam. ‘Jij was mijn dagboek, zei hij toen hij terugging naar het reguliere azc.’

‘Het was een vrijdagochtend begin maart. Murad (31) uit Iran had wallen onder zijn ogen en zag er onverzorgd uit: haar in de war, broek gescheurd, overhemd scheef geknoopt. Ik stelde me voor als zijn mentor en vroeg hoe zijn eerste nacht was gegaan. Goed, zei hij, perfect geslapen. Ik legde hem uit wat het doel is van het verblijf in de ebtl: destructief gedrag omzetten in constructief gedrag. Murad verstond een beetje Nederlands en liet de tolk netjes uitpraten. We hadden het kort over het laatste incident.

‘In het reguliere azc had Murad maanden overlast veroorzaakt. Hij ging niet naar de meldplicht, rookte op zijn kamer, eiste bij de infobalie OV-dagkaarten op waar hij geen recht op had. Keer op keer bedreigde en intimideerde hij medebewoners, medewerkers en beveiligers. Op een dag werd zijn transgendervriendin lastig gevallen en kwam hij woedend voor haar op met een gebroken bierfles in zijn hand. Beveiligers namen hem apart, maar hij koelde niet af. Voor de locatiemanager van het azc was de maat vol: Murad werd naar de ebtl gebracht.

‘Ik bouwde een vertrouwensband met hem op, zodat we samen aan zijn gedrag konden werken. Tijdens een nachtdienst kwam Murad bang en bezweet naar mij toe. We gingen op een bankje zitten op de binnenplaats en hij begon te praten: over zijn nachtmerries, zorgen over zijn vrouw en kinderen in Iran, marihuanaverslaving, worsteling met zijn biseksualiteit. Het geluid van krekels zorgde voor een rustige ‘vibe’ en we fluisterden om niemand wakker te maken. Murad’s wallen werden tijdens het praten steeds groter door zijn tranen. Ik luisterde alleen. Sinds die nacht zocht Murad mij altijd op als hij mijn auto op de parkeerplaats zag staan.

‘Overdag gedroeg Murad zich als een macho. Hij had een paar keer ruzie met bewoners en werd boos en agressief. We spraken hem aan op dat ongewenste gedrag. Ik observeerde samen met collega’s of hij zich aan het dagprogramma hield. Was hij op tijd bij het ontbijt, de meldplicht, het sporten, de trainingen? Hielp hij mee met corvee en werkte hij samen met andere bewoners? Ik had elke week een mentorgesprek met hem waarin ik zijn gedrag besprak. Toen hij niet naar de meldplicht ging vanwege stress probeerde ik hem te motiveren: waarom is het voor jou belangrijk om wél te gaan?

‘Ik gaf Murad de huiswerkopdracht om twee leerdoelen te bedenken voor zijn verblijf in de ebtl. Hij wist goed wat hij wilde veranderen: minder snel boos worden en weer goed kunnen slapen. Ik bedacht met de sportagoog en gedragswetenschapper oefeningen voor hem. Hij ging extra sporten, want als je moe bent slaap je beter. Drie keer per week deed hij met de sportagoog een persoonlijk parcours. Daarnaast deed ik rollenspellen met Murad, zodat hij inzicht kreeg in zijn agressie en handelen. We speelden dat hij opkwam voor zijn transgendervriendin, zonder gebroken bierfles. Waar lag de grens? Op welk moment vroeg hij een COA-medewerker om hulp?

‘Murad gedroeg zich goed en mocht steeds meer. Hij deed samen met mij boodschappen en kookte in de horecakeuken voor zijn groep. Iraanse gerechten met groenten uit eigen tuin. Vanaf april werkte hij elke dag fanatiek in de moestuin op de binnenplaats. Hij vond het leuk om te tuinieren en het gaf rust in zijn hoofd. Soms zag ik hem ’s nachts door zijn tuin lopen, met het lampje van zijn telefoon. Op een dag wees hij naar de tuin en zei: kijk Ahmed, zoals jij altijd zegt, alles wat je aandacht geeft groeit!

‘De nachtelijke gesprekken gingen door en de nachtmerries bleven. Hij sprak zijn vrouw en kinderen elke dag via FaceTime, maar droomde dat hen de ergste dingen overkwam. Het GZA verwees hem naar een psycholoog. Toch zag ik dat het beter ging met Murad. Hij sliep beter, gebruikte minder medicatie, zag er verzorgder uit. Bij conflicten met bewoners en medewerkers telde hij eerst tot tien, soms letterlijk. Hij werd minder snel boos, kon zijn trots aan de kant zetten en weglopen. Of simpelweg zeggen: sorry, ik zal er op letten.

Murad bereidde zich voor op terugkeer naar het reguliere azc. Ik vroeg: hoe zorg je ervoor dat je daar de aandacht krijgt die je nodig hebt? Hij begreep dat ze in een azc minder tijd hebben voor bewoners dan in de ebtl. Hij wilde graag een vaste contactpersoon die hij om de paar weken zou zien. Ik vroeg hem wat hij in het azc ging doen, hier had hij immers de tuin. Hij wilde ook daar in de moestuin werken, of in de kledingwinkel. Ik zorgde voor een goed overdracht naar mijn collega’s op het azc: wat had Murad geleerd en wat had hij nodig.

‘Het afscheid half mei was mooi. Murad zei: ‘Ik ga jou echt missen, je bent een soort broer de ik niet heb gehad. Jij was mijn dagboek dat ik nog steeds lees, met mooie herinneringen.’ Ik vond het best spannend toen hij wegging. Zou het wel goed gaan? Ik had er vertrouwen in, maar wist ook: in het azc zijn meer prikkels dan in de ebtl. Murad was in de drie maanden in de ebtl geen ander mens geworden. Ik heb hem geleerd hoe hij met zijn problemen kan omgaan, maar de kans op terugval op oud gedrag blijft.      

‘Ik heb hem pas nog gesproken. Het gaat goed met hem, maar het blijft vallen en opstaan. Hij zit in spanning omdat hij niet weet of hij een verblijfsvergunning krijgt. Er zijn nog steeds nachten waarin hij slecht slaapt. Dan doet hij de ademhalingsoefeningen die de sportagoog hem leerde. Het blijft een uitdaging om geen marihuana te roken, omdat hij elk moment naar een koffieshop kan lopen. Toch is er wat veranderd. Hij heeft meer zelfreflectie en ziet de ‘big picture’. Hij weet: als ik teveel drink, marihuana rook en overlast veroorzaak op het azc, ben ik terug bij af.

In verband met privacy is de naam van Murad gefingeerd. Gepubliceerd: juli 2018