“Een kleinschalige aanpak werkte goed”

De roerige informatiebijeenkomst in een tent in Rotterdam-Beverwaard haalde in oktober 2015 het NOS-journaal. Boze buurtbewoners maakten hun afkeer kenbaar over de komst van een asielzoekerscentrum voor 600 mensen. Eind augustus vorig jaar ging het azc vrijwel geruisloos open. Lida Veringmeier, programmadirecteur Asiel en Vluchtelingen, vertelt wat de gemeente Rotterdam daarvoor heeft gedaan.

Omdat er in de Beverwaard geen grote voorziening beschikbaar was voor de informatiebijeenkomst voor omwonenden, besloot de gemeente een tent neer te zetten op de plek waar het azc zou komen. “De tent bleek echter niet groot genoeg voor alle belangstellenden,” vertelt Veringmeier. “Mensen moesten buiten blijven staan en er ontstond onrust. Burgemeester Aboutaleb wilde rustig uitleggen waarom er in die wijk een azc zou komen en wilde vragen goed en degelijk beantwoorden. Daar kreeg hij toen de kans niet voor. Er waren die avond veel mensen boos. De burgemeester concludeerde: het is nog niet gelukt, maar ik wil hierover met de mensen in gesprek.”

Rondetafelgesprekken
In november 2015 startte de gemeente met het programma Asiel en Vluchtelingen en een van de eerste doelen was dat de situatie in de Beverwaard zou normaliseren. Veringmeier: “Wat konden we leren van deze ervaring? Hoe moesten we het wel doen? We kozen voor een kleinschalige aanpak: vijf avonden met rondetafelgesprekken in een buurthuis. Uit de 12.000 mensen in de Beverwaard selecteerden we een doorsnee van de bevolking en daar namen we een steekproef uit. Die mensen kregen een uitnodiging op naam. Deze brief was, samen met het identiteitsbewijs, het toegangsbewijs. De burgemeester, de politiechef, de hoofdofficier van justitie en het COA waren er alle avonden bij en gingen de tafels langs om vragen te beantwoorden en toelichting te geven. Van elke avond werd een verslag gemaakt dat werd gepubliceerd op een speciale website en verspreid via de maandelijkse nieuwsbrief over het azc. Deze aanpak werkte goed. Op de avonden ontstonden stevige discussies, maar mensen lieten ook een genuanceerd geluid horen. Een aantal deed toen al het aanbod om op het azc te helpen.”

Beheercommissie
Parallel aan de rondetafelgesprekken werd een beheercommissie voor het azc ingesteld. “Dat is een formule die we in Rotterdam al langer toepassen rondom voorzieningen die mensen liever niet naast de deur hebben,” vertelt Veringmeier. “Denk aan opvang voor ex-verslaafden, ontspoorde jeugd of daklozen. De beheercommissie wordt door de gemeente gefaciliteerd en is een platform waarmee we overlast- en veiligheidsaspecten rondom zo’n voorziening bespreken. In de beheercommissie voor het azc zitten buurtbewoners, lokale ondernemers, de politie en het COA. De gemeente en het COA geven informatie over het azc, zodat commissieleden vragen uit de buurt kunnen beantwoorden. En de leden vertellen wat ze in de buurt zien en welke zorgen er zijn.” Veringmeier voegt toe dat er in januari ook een wijkagent werd aangesteld die specifiek is gericht op het azc. “Dat hebben we gedaan omdat mensen zich zorgen maakten over de veiligheid in de wijk. De wijkagent houdt dagelijks spreekuur in de Beverwaard.”

Aankomst bewoners
Veringmeier vertelt dat de gemeente duidelijke afspraken heeft gemaakt over de aankomst van azc-bewoners. “Rotterdam is een grote stad en het is onze verantwoordelijkheid om bij precaire situaties zo weinig mogelijk aan het toeval over te laten. In augustus zou het eerste deel van het azc worden opgeleverd, voor 300 mensen. Om problemen te voorkomen, hebben we met het COA precies afgesproken hoe en wanneer de bewoners zouden arriveren, ook al was dat voor het COA niet gebruikelijk. Het was nog even spannend door wat dreigementen, maar uiteindelijk verliep de opening vrijwel geruisloos. We hebben buurtbewoners vrij snel de gelegenheid gegeven om bij het azc te komen kijken. Bij de landelijke open dag van het COA in september was de belangstelling heel groot. Daarom kwam de locatie met het idee om regelmatig rondleidingen te geven, waardoor de verbinding met de wijk wordt versterkt. Voor deze rondleidingen is tot op de dag van vandaag belangstelling.”

Kwaliteit voorzieningen
Rotterdam heeft extra maatregelen genomen om de voorzieningen in de Beverwaard op niveau te houden. Veringmeier: “Een aantal mensen in de Beverwaard was boos en zei: ‘Waarom hier een azc, het is al zo’n achtergestelde wijk.’ Als je naar de feitelijke gegevens kijkt, bijvoorbeeld over veiligheid en werkeloosheid, klopt dat niet met het sentiment. De Beverwaard is echt niet het putje van Rotterdam. Dat neemt niet weg dat je daarover in gesprek moet gaan. Als er 600 wijkbewoners bijkomen, betekent dat natuurlijk wel meer druk op winkels, zorg en andere voorzieningen in de wijk. Daarom hebben we een plan van aanpak voor de wijk gemaakt. Zo hebben we begin 2016 twee wijkconciërges aangesteld die de buitenruimte netjes houden en een oogje in het zeil houden. Ook hebben we het buurtcentrum versneld opgeknapt.”

Integratie en participatie
Ook ‘integratie en participatie’ is een belangrijk issue in Rotterdam. “We zijn een grote stad en moesten in 2016 1.750 statushouders huisvesten. De insteek van Rotterdam is steeds geweest: laten we ervoor zorgen dat het azc zoveel mogelijk mensen krijgt die uiteindelijk ook in Rotterdam instromen. Dan kan je de periode in het azc al gebruiken om mensen kennis te laten maken met de stad. Wij wilden het liefst dat mensen in het azc al starten met het inburgeringstraject van de gemeente, maar dat heeft nog veel voeten in de aarde. Bewoners volgen eerst het standaard pre-inburgeringsprogramma van het COA. Als ze daarmee klaar zijn, kunnen ze in Rotterdam, ook als ze nog in het azc zitten, al beginnen met het gemeentetraject. Daarnaast bekijken we nu of het project ‘Aan de slag’ van Pharos kan helpen om azc-bewoners ook vrijwilligerswerk te laten doen en daardoor sneller te participeren in de stad.”

Gepubliceerd: februari 2017