‘Dat ik bij het COA werk, is een droom die uitkomt’

Voormalig bewoners van een asielzoekerscentrum groeien soms door naar een functie bij het COA. De Syrische Kamar Kabakibi (41) is een van hen. Zij werkt sinds januari als woonbegeleider in Ter Apel. Een mooi voorbeeld van hoe we statushouders kunnen laten participeren in de Nederlandse samenleving.

“Vijf jaar geleden kwam ik als nareiziger naar Nederland. Nu begeleid ik zelf nareizigers tijdens hun eerste vier dagen bij het COA in Ter Apel. Ik verwelkom de mensen, breng ze naar hun kamer, vertel welke afspraken ze hebben en waar ze na vier dagen naartoe gaan. Ik weet hoe zij zich voelen die eerste dagen en help ze met de juiste woorden: je hoeft niet bang te zijn, de mensen zijn hier aardig, je mag gewoon van het terrein af. Ik was vijf jaar geleden bang voor de beveiligers en dacht dat ik de hele dag in mijn kamer moest blijven.”

Wat een mooie baan!
“Dat ik bij het COA werk, is een droom die uitkomt. Vijf jaar geleden had ik een goede COA-begeleider met veel geduld. Ik dacht: wat een mooie baan waarin je andere mensen helpt en positieve energie geeft. Ik heb sociologie gestudeerd, maar beschouwde het hebben van zo’n baan als een droom. Totdat mijn contactpersoon bij de gemeente Veendam mij in 2018 op de functie van woonbegeleider bij het COA wees. Ik bezocht een voorlichtingsbijeenkomst over werken bij het COA en kon via Start People per 1 januari aan de slag.”

Stap voor stap integreren
“Het duurde wel lang, viereneenhalf jaar, voordat ik die eerste baan had. Integreren in Nederland was lastig, omdat ik de taal nog niet sprak. Mijn man en ik wonen met onze vier kinderen in Veendam. Na de eerste acht maanden in Nederland kon ik daar starten met mijn inburgeringscursus en leerde ik de taal. We werden lid van stichting Mo(o)i! die van alles organiseert in Veendam: een taalcafé, samen eten, uitjes in Nederland. We kwamen in contact met een Nederlands gezin dat ons extra taalles gaf en ons overal bij hielp. En ik werd als vrijwilliger huiswerkbegeleider op de school in het dorp.”

Psychische problemen
“Maar toen ik het inburgeringsexamen had gehaald, kreeg ik psychische problemen. Ik dacht dat na de inburgering alles makkelijker zou gaan. Dat ik naar de sportschool zou durven en werk zou vinden. Ik dacht dat mijn Nederlands goed genoeg zou zijn om contact te hebben met Nederlandse mensen, maar dat was niet zo. Op de sportschool spraken ze snel en in dialect en verstond ik maar de helft. Mijn Nederlands was niet goed genoeg om een baan te vinden. Ik was al ruim twee jaar in Nederland, hoe moest ik verder? Ik werd depressief. Het was de moeilijkste periode van mijn leven in Nederland.”

Geboorte zoon: nieuw begin
“In 2017 is mijn jongste zoontje geboren en dat was een nieuw begin. Ik kon weer positief naar het leven kijken. Ik ging naar mijn contactpersoon van de gemeente en zei: nu wil ik verder, zeg maar wat ik moet doen. Op haar advies heb ik een cursus Nederlands B1 gedaan, een niveau hoger dan het inburgeringsexamen. Ik werd vrijwilliger NT2-les bij de Noorderpoort in Veendam en twee maanden later solliciteerde ik bij het COA. In één jaar ging het weer goed met me. Ik denk dat alle statushouders zo’n fase van depressie meemaken. Je wilt iets doen in Nederland, maar hebt hulp nodig bij de volgende stap.”

Snel Nederlands leren
“Dat probeer ik de nareizigers die ik begeleid in Ter Apel ook mee te geven. Zeg tegen je contactpersoon van het COA, de gemeente of van VWN: ‘Ik heb hulp nodig!’. Alles kan in Nederland, maar je moet wel weten welke stappen je moet zetten. Maar ik benadruk vooral het belang van snel Nederlands leren. De taal heb je nodig voor al je contacten, werk, het hele leven in Nederland. Ik merk dat ik als ex-vluchteling een voorbeeld ben voor bewoners. Als het me niet lukt iets uit te leggen in het Engels of Nederlands, praat ik Arabisch. Dan vragen ze: waar heb je Arabisch geleerd? Ze kunnen niet geloven dat iemand uit Syrië een baan heeft bij het COA. Dan zeg ik: niets is onmogelijk in Nederland!”