Wonen op een asielzoekerscentrum

Bewoners van het asielzoekerscentrum wonen meestal met 5 tot 8 personen bij elkaar in wooneenheden. Elke wooneenheid heeft een aantal slaapkamers en een gedeelde woonkamer, keuken en sanitaire voorzieningen. Bewoners zijn zelf verantwoordelijk voor het op orde houden van hun leefomgeving. Op het azc zorgen de bewoners zoveel mogelijk voor zichzelf.

Een doorsnee asielzoekerscentrum (azc) telt ongeveer 40 verschillende nationaliteiten. 

Het COA vindt het belangrijk dat bewoners activiteiten kunnen doen die voor hen zinvol zijn. We stimuleren bewoners om vanaf dag 1 bezig te zijn met hun toekomst: integratie en participatie in Nederland, of terugkeer naar het land van herkomst. Door mee te doen aan activiteiten op en buiten de locatie kunnen bewoners kennis, vaardigheden en ervaring opdoen en een netwerk opbouwen.

In COA-opvanglocaties gelden huisregels en regels voor veilig samenleven op een COA-locatie. Deze regels worden aangeboden in de verschillende moedertalen van de bewoners.

We vinden het belangrijk dat asielzoekers zo snel mogelijk 'aarden' en regie (kunnen) nemen op hun nieuwe leven. In de opvanglocatie en voor de toekomst. Of deze toekomst nu in Nederland ligt of elders. Onze begeleiding is daarom gericht op het versterken van competenties die zij nodig hebben om hun leven op de opvanglocatie en in de toekomst vorm te geven. Zo vergroten wij hun zelfredzaamheid en zelfstandigheid.

Fysieke en sociale veiligheid bepalen in belangrijke mate de leefbaarheid op een locatie. De zorg voor een veilige omgeving heeft bij COA-medewerkers dan ook hoge prioriteit.

Asielzoekers ontvangen wekelijks leefgeld voor eten en kleding. De hoogte van het leefgeld is afhankelijk van de gezinssamenstelling en het eventuele inkomen van de bewoners. Voor een gezin met twee kinderen onder de 18 jaar dat zelf alle maaltijden verzorgt, bedraagt het weekgeld op 1 januari 2018 € 167,30.

Bewoners met een eigen inkomen of vermogen dragen zelf bij in de kosten van de opvang. Het COA geeft eenmalig een vergoeding voor huishoudelijke spullen en verstrekt waar nodig incidentele vergoedingen voor bijvoorbeeld reiskosten of een baby-uitzet.

De medische zorg aan bewoners van een asielzoekerscentrum sluit zoveel mogelijk aan bij de reguliere zorg in Nederland. Net als ieder ander kunnen asielzoekers naar de huisarts, verloskundige of het ziekenhuis. COA-medewerkers informeren asielzoekers over hoe de zorg in Nederland is georganiseerd. Zo krijgen asielzoekers bij aankomst in een opvanglocatie informatie over de medische zorg op het centrum, de praktijklijn en wanneer zij 112 moeten bellen.

Ongeveer een kwart van onze bewoners is jonger dan 18 jaar. Zij wonen met familie of alleen (alleenstaande minderjarige vreemdelingen) in de opvang. Kinderen zijn ver van huis en spreken bij aankomst in Nederland de taal nog niet. Ze missen vriendjes en vriendinnetjes, familie, opa’s en oma’s. Ze zijn onzeker over hun toekomst en hebben vaak al veel meegemaakt. Maar de kinderen moeten ook echt kind kunnen zijn.

Het COA heeft aandacht voor de kwetsbare positie van LHBTI’s (lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender en intersekse personen) in de opvang. LHBTI-bewoners kunnen te maken krijgen met zaken als sociaal isolement, onveilige situaties in de opvang, misbruik en homo-, bi- en/of transfobe tolken.

Kerngroep LHBTI

Het COA heeft een kerngroep LHBTI. Hierin zitten medewerkers die aandachtspunten formuleren met betrekking tot LHBTI-bewoners en -medewerkers in de opvang.