Opvangcapaciteit

Waarom heeft het COA meer opvangplaatsen nodig?
Hoeveel plekken heeft het COA nodig?
Hoe worden de 5.000 opvangplaatsen verdeeld?
Waarom heeft het COA reservecapaciteit?
Welke stappen zet het COA om extra opvangplaatsen te realiseren?
Met wie overlegt het COA over de verwerving van capaciteit?
Welke factoren wegen mee bij het openen van opvanglocaties?
Wat is de Landelijke Regietafel Migratie & Integratie?
Waarop baseert het COA de verwachtingen ten aanzien van opvangcapaciteit?
Heeft het COA dit capaciteitstekort niet zien aankomen?

Waarom heeft het COA meer opvangplaatsen nodig?

Het aantal asielzoekers dat naar Nederland komt, groeit licht. Ook wordt een deel van de asielaanvragen nog niet binnen de wettelijke termijn afgehandeld, waardoor mensen langer in de opvang verblijven. In de opvang verblijven ook ruim 5.000 statushouders in afwachting van uitplaatsing naar een woning.

Hoeveel plekken heeft het COA nodig?

Wanneer de verwachte instroom en doorstroom realiteit worden, moeten we in 2020 ongeveer 5.000 nieuwe opvangplekken realiseren. Dit is inclusief 2.000 plaatsen reservecapaciteit. Ook wil het COA in 2020 tien aflopende bestuursovereenkomsten verlengen.

Hoe worden de 5.000 opvangplaatsen verdeeld?

De 5.000 nieuwe plekken worden evenwichtig verdeeld over alle provincies.

Waarom heeft het COA reservecapaciteit?

De vraag naar asielopvang kan sterk variëren. Er kan een acute vraag naar meer bedden ontstaan. Het COA streeft er daarom naar altijd meer opvangplaatsen in voorraad te hebben dan strikt noodzakelijk.

Welke stappen zet het COA om extra opvangplaatsen te realiseren?

We kijken of we bestuursovereenkomsten met gemeenten kunnen verlengen, nieuwe locaties kunnen openen en tijdelijke wooneenheden bij bestaande locaties kunnen plaatsen. Hierover gaan we in gesprek met gemeenten.

Met wie overlegt het COA over de verwerving van capaciteit?

We werken nauw samen met partners aan de Landelijke Regietafel Migratie & Integratie: de ministeries van Justitie en Veiligheid, Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken en Welzijn, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en een vertegenwoordiger van de Rijksheren (CdK). Daarnaast voert het COA met diverse gemeenten overleg om de mogelijkheden te verkennen.

Welke factoren wegen mee bij het openen van opvanglocaties?

Het COA heeft een aantal uitgangspunten afgestemd met de Landelijke Regietafel Migratie. Deze hebben betrekking op provinciale spreiding, ketenbelang, flexibiliteit, kwaliteit en duurzaamheid en financiële uitlegbaarheid.

Wat is de Landelijke Regietafel Migratie & Integratie?

Aan de Landelijke Regietafel Migratie & Integratie (LRT) werken het Rijk, de provincies en gemeenten aan gezamenlijke opgaven op het terrein van asiel, huisvesting vergunninghouders en integratie en participatie. De partijen informeren elkaar onder meer over de asielinstroom en -uitstroom, de bezetting bij het COA en het op- en afschalen van opvanglocaties, en de status van de gemeentelijke taakstelling voor huisvesting van vergunninghouders. 

Waarop baseert het COA de verwachtingen ten aanzien van opvangcapaciteit?

Het ministerie van Justitie en Veiligheid maakt samen met de ketenpartners (IND, COA en DT&V) een prognose. Die geeft een beeld van de verwachte instroom van asielzoekers en het ketenproces. De prognose vertalen we naar een capaciteitsbehoefte van het COA. 

Heeft het COA dit capaciteitstekort niet zien aankomen?

Het COA vangt wisselende aantallen asielzoekers op. Het aantal opvanglocaties bij het COA beweegt mee met deze wisselende aantallen. Zo zagen we in de jaren ’90 een explosieve groei van het aantal asielzoekers gevolgd door een minstens zo snelle krimp vanaf begin deze eeuw, gevolgd door opnieuw een groei in 2014. Dit betekende groei gevolgd door krimp van het aantal opvanglocaties. Op dit moment hebben we weer te maken met een stijging van de bezetting op de opvanglocaties. Het COA is daarom weer op zoek naar nieuwe opvanglocaties.